Vragen? Bel ons gerust!
Algemeen: 0317-422 257
Studie-Centrum: 0317-421 873
EVC-Centrum: 0317-422 367

of stuur een mail!
SUPER VOORJAARSACTIE!



Om het nieuwe jaar goed te beginnen, hebben we een super aantrekkelijke voorjaarsactie!

Wie zich inschrijft vóór 31 maart 2012 ontvangt gratis een Ipad2 of een Galaxy Tab!

Klik hier om informatie aan te vragen.
HSW doet het zeer goed met scripties en alumni. Zij brengen vaak daadwerkelijk ook echt een verandering teweeg en pakken problemen 'hands-on' aan binnen hun organisatie. Je hoort dat dit toch anders is dan bij andere hogescholen.

Alexander Polak
 
  Snelmenu:
Hogeschool Wageningen
Bestuur en Adviesraad
Missie en Visie
Werken bij Hogeschool Wageningen

Bestuur en Adviesraad Hogeschool Wageningen

Het College van Bestuur van stichting Hogeschool Wageningen bestaat uit de hieronder vermelde bestuurders. Voor onze bestuurlijke verantwoordelijkheid  verwijzen wij verderop naar "Governance in het onderwijs".
Wilt u in contact treden met een van ons dan is dit per mail direct mogelijk.
 
De heer J.P.G. (Hans) Wilting
voorzitter
 
De heer W.C.F. (Wim) Langenhuijsen
secretaris
 
De heer P.L.M. (Peter) Kierkels
penningmeester
 
 
Governance in het onderwijs

 

1.   Verschillende ontwikkelingen hebben governance hoog op de agenda van onderwijsinstellingen gezet:

-    De tolerantie voor bestuursfalen is door een aantal incidenten (hbo-affaire, oppotten van onderwijsgelden) sterk afgenomen;

-    Onderwijsinstellingen krijgen meer ruimte voor eigen keuzes, maar dat betekent ook een grotere verantwoordelijkheid en dus de noodzaak tot (bestuurlijke, financiële, operationele en maatschappelijke) risicobeheersing;

-    Departement en instellingen zijn zoekende naar een nieuw evenwicht tussen horizontale en verticale toezichtarrangementen. Het inzicht rijpt dat instellingen niet alleen aan de minister, maar ook aan hun omgeving (regionale belanghebbenden) moeten laten zien dat zij verantwoorde afwegingen kunnen maken;

-    De buitenwacht legt meer nadruk op de aantoonbare kwaliteit en het effect van het onderwijs;

-    Prestaties van instellingen worden vergeleken;

-    Het toezicht van de inspectie ondergaat wijzigingen: in toenemende mate wordt gecontroleerd op de kwaliteit van het aanbod en de aanwezigheid van een kwaliteitszorgsysteem;

-    De functiescheiding tussen Raad van Toezicht en het College van Bestuur is in veel instellingen onderwerp van discussie.

 

Deze ontwikkelingen hebben consequenties voor de wijze waarop onderwijsinstellingen hun bestuur en management organiseren.

 

2.   Een onderwijsinstelling bestaat om ten behoeve van bepaalde belanghebbenden – leerlingen, ouders, afnemend onderwijs, bedrijfsleven, gemeente, ministerie van Onderwijs, de Onderwijsinspectie en andere interne en externe stakeholders -  bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. In staat zijn om te sturen, te beheersen, te verantwoorden en toezicht te houden is cruciaal voor een zo efficiënt en effectief mogelijke realisatie van de doelstellingen van de instelling. Daarnaast is essentieel dat de check’s and balances van de organisatie evenwichtig zijn vormgegeven, niet alleen tussen raad van toezicht en bestuur, maar ook met externe stakeholders.

 

3.      Onder governance verstaan wij:

a.   het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden van een instelling;

b.   het waarborgen van evenwichtige checks and balances van de instelling: de toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van bestuur, toezichthouders en hoe om te gaan met de diverse externe toezichthouders (waaronder de accountant).

 

4.   We spreken van good governance als een instelling een behoorlijk en fatsoenlijk vormgegeven besturingssystematiek heeft. ‘Behoorlijk’ en ‘fatsoenlijk’ wil zeggen dat in de organisatie zodanige garanties van goed bestuur zijn ingebouwd dat de afgesproken resultaten worden behaald en risico’s kunnen worden beheerst, met alle daarbij behorende transparantie. De leiding is ‘in control’ en in staat om zijn verantwoordelijkheden waar te maken.

 

5.   Het cyclische proces van sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden zorgt in nauwe onderlinge samenhang voor good governance: de garantie dat een instelling effectief en efficiënt haar doelstellingen realiseert en daarover op een open wijze communiceert en verantwoording aflegt. De deelprocessen kunnen als volgt worden geduid:

-    Sturen - koers uitzetten. Op strategisch niveau bevat sturen het proces waarbij het bestuur de richting van de instelling aangeeft. Dit betreft het formuleren en uitdragen van de missie en visie, met daarvan afgeleid de strategische doelstellingen die gehaald moeten worden en waaraan de instelling herkend wil worden. Voorts geeft het bestuur aan hoe de instelling op het behalen van deze doelstellingen zal worden ingericht (bestuurlijke en organisatorische vormgeving, vormgeving van de processen van beleidsontwikkeling en -uitvoering, daarvoor benodigde competenties e.d.)

-    Beheersen - koers houden. Nadat de organisatie is ingericht moet een stelsel van maatregelen en procedures (een management control systeem) worden ingevoerd en gehandhaafd, zodat bestuurders de zekerheid krijgen dat de instelling blijvend de juiste richting opgaat. Dwz dat op alle niveaus de vastgestelde beleidsdoelen conform afspraak worden uitgevoerd. Dit wordt ook wel ‘policy deployment’ genoemd: het vertalen van strategie in actie. Policy deployment is vooral een zaak van het management en niet van het bestuur dat verantwoordelijk is voor het strategische proces. In wezen betreft ‘policy deployment’ een gedragsvraagstuk: op welke wijze kan er voor gezorgd worden dat de medewerkers doen wat het beste is voor de organisatie?

-    Verantwoorden - over alle opgedragen taken en gemandateerde bevoegdheden moet informatie worden verschaft. Het gaat daarbij niet alleen om verantwoording aan het geformaliseerde externe toezicht (onderwijsinspectie, accountantsdienst van het ministerie van OCW, de instellingsaccountant) en het interne toezicht (bestuur en management, medezeggenschap), maar ook om de horizontale verantwoording naar de omgeving, zoals leerlingen, ouders, bedrijven, instellingen, gemeenten.

-    Toezicht houden - ten behoeve van alle belanghebbenden moet kunnen worden vastgesteld dat de beleidsdoelen van de onderwijsinstelling worden gerealiseerd. Er zijn interne toezichthouders (zoals raad van toezicht, college van bestuur en management, die de gemandateerde verantwoordelijkheden en bevoegdheden controleren en beoordelen) en externe toezichthouders die namens de belanghebbenden toezien op naleving van wet- en regelgeving (ministerie van onderwijs) en op de door de instelling geleverde kwaliteit (de onderwijsinspectie).
 
      6.    Bij veel onderwijsinstellingen groeit de aandacht voor het inrichten van een
             professioneel bestuur, adequaat toezicht daarop en een transparante 
             verantwoording naar alle belanghebbenden. Vaak wordt daarbij direct gedacht aan
             (de relatie tussen) het college van bestuur en de raad van toezicht. Of men
             concentreert zich op governance langs de lijn ministerie-instelling-leerling.
 
 
      7.    Maar governance is meer dan het scherper definiëren van de rollen van  Raad van
             Toezicht en het College van Bestuur, of het onderhouden van transparante
             verantwoordingsrelaties met externe regelgevers en toezichthouders. Minstens zo
             belangrijk, maar binnen onderwijsinstellingen veelal onderbelicht, is de interne
             governance. Deze invalshoek is specifiek gericht op een zo effectief en efficiënt
             mogelijke afwikkeling van het primaire proces: het geven van onderwijs. In de praktijk
             zijn sturing en beheersing de zwakke plekken, waardoor ook de verantwoording en het
             toezicht niet goed uit de verf komen.
 
 
       8.   NB. Op de achtergrond speelt het debat over het evenwicht tussen horizontale en
             verticale arrangementen een belangrijke rol. De Raad voor Maatschappelijke
             Ontwikkeling (RMO) pleit in het advies Bevrijdende kaders voor ‘kaders stellen en
             horizontaliseren’. Sterker dan nu het geval is, moet het regelgeving zich beperken tot
             richtinggevende kaders waarbinnen de publieke uitvoerders hun eigen keuzes kunnen
             maken. Voor die keuzes en de effecten daarvan, moeten de organisaties zich vooral
             ‘horizontaal verantwoorden’, in termen van de RMO feed back organiseren.
             Deze visie wordt overgenomen in het programma ‘Andere Overheid’ van onze
             voormalige ‘ont-bureaucratisering minister’ de Graaf. Het heeft als centraal uitgangspunt
             dat de verhouding tussen burger en overheid moet veranderen. Als specifieke
             tekortkoming wordt genoemd dat ‘het toezicht op beleidsuitvoering (waaronder ook de
             publieke dienstverleners vallen) nog steeds overwegend hiërarchisch (verticaal) en
             detaillistisch is. Te weinig wordt gebruik gemaakt van het potentieel van de civil society
             om horizontale verantwoordingsrelaties te creëren. Als het gaat om die horizontale
             instrumenten wordt vooral gedacht aan kwaliteitshandvesten, klantenpanels en
             prestatievergelijking. Frappant is, dat het ‘interne toezicht’ geen rol speelt in deze
             discussie. Een gemiste kans: het inrichten en versterken van het "interne toezicht" zodat
             afdoende garanties voor goed bestuur worden ingebouwd, in combinatie met horizontale
             verantwoording naar (regionale) stakeholders biedt kansen om te komen tot een
             verhouding tussen verticale en horizontale verantwoordingsarrangementen die beter past
             bij de ontwikkeling van de maatschappelijke werkelijkheid.
 
 
 
© Hogeschool Wageningen, 2012