Het College van Bestuur van stichting Hogeschool Wageningen bestaat uit de hieronder vermelde bestuurders. Voor onze bestuurlijke verantwoordelijkheid verwijzen wij verderop naar "Governance in het onderwijs".
Wilt u in contact treden met een van ons dan is dit per mail direct mogelijk.
De heer J.P.G. (Hans) Wilting
voorzitter
De heer W.C.F. (Wim) Langenhuijsen
secretaris
De heer P.L.M. (Peter) Kierkels
penningmeester
Governance in het onderwijs
1. Verschillende ontwikkelingen hebben governance hoog op de agenda van onderwijsinstellingen gezet:
- De tolerantie voor bestuursfalen is door een aantal incidenten (hbo-affaire, oppotten van onderwijsgelden) sterk afgenomen;
- Onderwijsinstellingen krijgen meer ruimte voor eigen keuzes, maar dat betekent ook een grotere verantwoordelijkheid en dus de noodzaak tot (bestuurlijke, financiële, operationele en maatschappelijke) risicobeheersing;
- Departement en instellingen zijn zoekende naar een nieuw evenwicht tussen horizontale en verticale toezichtarrangementen. Het inzicht rijpt dat instellingen niet alleen aan de minister, maar ook aan hun omgeving (regionale belanghebbenden) moeten laten zien dat zij verantwoorde afwegingen kunnen maken;
- De buitenwacht legt meer nadruk op de aantoonbare kwaliteit en het effect van het onderwijs;
- Prestaties van instellingen worden vergeleken;
- Het toezicht van de inspectie ondergaat wijzigingen: in toenemende mate wordt gecontroleerd op de kwaliteit van het aanbod en de aanwezigheid van een kwaliteitszorgsysteem;
- De functiescheiding tussen Raad van Toezicht en het College van Bestuur is in veel instellingen onderwerp van discussie.
Deze ontwikkelingen hebben consequenties voor de wijze waarop onderwijsinstellingen hun bestuur en management organiseren.
2. Een onderwijsinstelling bestaat om ten behoeve van bepaalde belanghebbenden – leerlingen, ouders, afnemend onderwijs, bedrijfsleven, gemeente, ministerie van Onderwijs, de Onderwijsinspectie en andere interne en externe stakeholders - bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. In staat zijn om te sturen, te beheersen, te verantwoorden en toezicht te houden is cruciaal voor een zo efficiënt en effectief mogelijke realisatie van de doelstellingen van de instelling. Daarnaast is essentieel dat de check’s and balances van de organisatie evenwichtig zijn vormgegeven, niet alleen tussen raad van toezicht en bestuur, maar ook met externe stakeholders.
3. Onder governance verstaan wij:
a. het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden van een instelling;
b. het waarborgen van evenwichtige checks and balances van de instelling: de toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van bestuur, toezichthouders en hoe om te gaan met de diverse externe toezichthouders (waaronder de accountant).
5. Het cyclische proces van sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden zorgt in nauwe onderlinge samenhang voor good governance: de garantie dat een instelling effectief en efficiënt haar doelstellingen realiseert en daarover op een open wijze communiceert en verantwoording aflegt. De deelprocessen kunnen als volgt worden geduid:
- Sturen - koers uitzetten. Op strategisch niveau bevat sturen het proces waarbij het bestuur de richting van de instelling aangeeft. Dit betreft het formuleren en uitdragen van de missie en visie, met daarvan afgeleid de strategische doelstellingen die gehaald moeten worden en waaraan de instelling herkend wil worden. Voorts geeft het bestuur aan hoe de instelling op het behalen van deze doelstellingen zal worden ingericht (bestuurlijke en organisatorische vormgeving, vormgeving van de processen van beleidsontwikkeling en -uitvoering, daarvoor benodigde competenties e.d.)
- Beheersen - koers houden. Nadat de organisatie is ingericht moet een stelsel van maatregelen en procedures (een management control systeem) worden ingevoerd en gehandhaafd, zodat bestuurders de zekerheid krijgen dat de instelling blijvend de juiste richting opgaat. Dwz dat op alle niveaus de vastgestelde beleidsdoelen conform afspraak worden uitgevoerd. Dit wordt ook wel ‘policy deployment’ genoemd: het vertalen van strategie in actie. Policy deployment is vooral een zaak van het management en niet van het bestuur dat verantwoordelijk is voor het strategische proces. In wezen betreft ‘policy deployment’ een gedragsvraagstuk: op welke wijze kan er voor gezorgd worden dat de medewerkers doen wat het beste is voor de organisatie?
- Verantwoorden - over alle opgedragen taken en gemandateerde bevoegdheden moet informatie worden verschaft. Het gaat daarbij niet alleen om verantwoording aan het geformaliseerde externe toezicht (onderwijsinspectie, accountantsdienst van het ministerie van OCW, de instellingsaccountant) en het interne toezicht (bestuur en management, medezeggenschap), maar ook om de horizontale verantwoording naar de omgeving, zoals leerlingen, ouders, bedrijven, instellingen, gemeenten.
- Toezicht houden - ten behoeve van alle belanghebbenden moet kunnen worden vastgesteld dat de beleidsdoelen van de onderwijsinstelling worden gerealiseerd. Er zijn interne toezichthouders (zoals raad van toezicht, college van bestuur en management, die de gemandateerde verantwoordelijkheden en bevoegdheden controleren en beoordelen) en externe toezichthouders die namens de belanghebbenden toezien op naleving van wet- en regelgeving (ministerie van onderwijs) en op de door de instelling geleverde kwaliteit (de onderwijsinspectie).
6. Bij veel onderwijsinstellingen groeit de aandacht voor het inrichten van een
professioneel bestuur, adequaat toezicht daarop en een transparante
verantwoording naar alle belanghebbenden. Vaak wordt daarbij direct gedacht aan
(de relatie tussen) het college van bestuur en de raad van toezicht. Of men
concentreert zich op governance langs de lijn ministerie-instelling-leerling.
7. Maar governance is meer dan het scherper definiëren van de rollen van Raad van
Toezicht en het College van Bestuur, of het onderhouden van transparante
verantwoordingsrelaties met externe regelgevers en toezichthouders. Minstens zo
belangrijk, maar binnen onderwijsinstellingen veelal onderbelicht, is de interne
governance. Deze invalshoek is specifiek gericht op een zo effectief en efficiënt
mogelijke afwikkeling van het primaire proces: het geven van onderwijs. In de praktijk
zijn sturing en beheersing de zwakke plekken, waardoor ook de verantwoording en het
toezicht niet goed uit de verf komen.
8. NB. Op de achtergrond speelt het debat over het evenwicht tussen horizontale en
verticale arrangementen een belangrijke rol. De Raad voor Maatschappelijke
Ontwikkeling (RMO) pleit in het advies Bevrijdende kaders voor ‘kaders stellen en
horizontaliseren’. Sterker dan nu het geval is, moet het regelgeving zich beperken tot
richtinggevende kaders waarbinnen de publieke uitvoerders hun eigen keuzes kunnen
maken. Voor die keuzes en de effecten daarvan, moeten de organisaties zich vooral
‘horizontaal verantwoorden’, in termen van de RMO feed back organiseren.
Deze visie wordt overgenomen in het programma ‘Andere Overheid’ van onze
voormalige ‘ont-bureaucratisering minister’ de Graaf. Het heeft als centraal uitgangspunt
dat de verhouding tussen burger en overheid moet veranderen. Als specifieke
tekortkoming wordt genoemd dat ‘het toezicht op beleidsuitvoering (waaronder ook de
publieke dienstverleners vallen) nog steeds overwegend hiërarchisch (verticaal) en
detaillistisch is. Te weinig wordt gebruik gemaakt van het potentieel van de civil society
om horizontale verantwoordingsrelaties te creëren. Als het gaat om die horizontale
instrumenten wordt vooral gedacht aan kwaliteitshandvesten, klantenpanels en
prestatievergelijking. Frappant is, dat het ‘interne toezicht’ geen rol speelt in deze
discussie. Een gemiste kans: het inrichten en versterken van het "interne toezicht" zodat
afdoende garanties voor goed bestuur worden ingebouwd, in combinatie met horizontale
verantwoording naar (regionale) stakeholders biedt kansen om te komen tot een
verhouding tussen verticale en horizontale verantwoordingsarrangementen die beter past
bij de ontwikkeling van de maatschappelijke werkelijkheid.
|